Om te voldoen aan de eisen van FSI is het voor deelnemers aan MPS-ABC verplicht om een IPM-plan (Integrated Pest Management ofwel geïntegreerde gewasbescherming) op te stellen. Het doel van IPM is een duurzame gewasbeschermingsaanpak. Dit betekent dat een kweker zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, alleen wanneer dit echt niet anders kan. Hieronder vindt u de richtlijnen voor een IPM-plan.

Een IPM plan beslaat minimaal de volgende elementen:

  1. Per gewas of gewasgroep een beschrijving van de plagen (inclusief insecten, ziektes en onkruid) welke van economisch belang zijn.

Met economisch belang bedoelen we de plagen die een aantoonbare impact hebben op de teelt. Het gaat daarbij om de afweging van:

  • De aard, omvang en bron van de plagen.
  • Risico’s voor mens, dier en het milieu.
  • Economische risico’s in mogelijk lagere opbrengsten op productie of kwaliteit van uw gewas.
  • Risico’s t.a.v. verdere uitbreiding van de plaag.
  • Uw perceel-overschrijdende overlast.

Indien u meerdere gewassen teelt die met andere typen plagen te maken hebben, dient u dit per gewas in te vullen. Als de gewassen binnen dezelfde groep vallen en met dezelfde plagen te maken hebben, kan er per gewasgroep een beschrijving van de plagen bijgehouden worden.

  1. Voor elke plaag zijn afbeeldingen opgenomen hoe deze te herkennen is, inclusief symptomen van een getroffen gewas, condities waaronder de plaag zich snel kan uitbreiden en de (economische) drempel voor het nemen van maatregelen.

Hier dient u een foto van de plagen en de symptomen op het gewas toe te voegen met een kleine beschrijving van de plaag. Geeft u daarbij ook per plaag aan om welke insecten, schimmels, aaltjes, onkruid of andere plaag het gaat. Geeft u daarnaast de condities zoals temperatuur en vochtigheid aan waaronder de plaag zich snel kan uitbreiden en de (economische) drempel die u hanteert voor het nemen van maatregelen. Bij economische drempel kan gedacht worden aan het punt waarop de waarde van het vernietigde gewas hoger is dan de kosten van het bestrijden van de plaag.
Foto’s kunnen zelf gemaakt zijn, maar een verwijzing naar gebruikte tools, etiketten of posters die u gebruikt is ook voldoende mits dit tijdens de audit aangetoond kan worden.

  1. Beschrijving van mogelijke én uitgevoerde preventieve maatregelen.

Welke preventieve – niet chemische en chemische – maatregelen zijn er mogelijk of heeft u uitgevoerd tegen deze problemen? 

  1. Beschrijving plaag monitoringmethoden en registraties van uitgevoerde controles.

Welke monitoringmethoden worden gebruikt? Hierbij valt te denken aan scouten, de inzet van hulpmiddelen en het monitoren van de teeltomstandigheden. 

  1. Toegepaste beheersmaatregelen inclusief motivatie.

Geef hier een beschrijving van de genomen beheersmaatregelen. Hierbij valt te denken aan:

  • Het tijdig verwijderen van afvalhopen.
  • Schoonmaken van spuitmachines.
  • Keuze van zaaigoed en resistente rassen.
  • Kas grondig reinigen bij een teeltwisseling.
  • Ontsmetten recirculatiewater.
  • Gebruik ontsmettingsbakken.
  • Gebruik van gaas om in- (of uit)stroom van insecten te voorkomen.
  • Ontsmetten van scharen en messen.
  • Stomen van grond.

 

  1. Beschrijving van de maatregelen om de opbouw van resistentie te vermijden.

Hierbij kan gedacht worden aan een beschrijving van:

  • Maximaliseren van de efficiëntie bestrijding.
  • Een minimale bestrijdingsfrequentie.
  • Afwisselen van middelen uit verschillende resistentiegroepen.