Als het tijd is om te spuiten in de kas, doe je dat gewoon, toch? Veel kwekers doen dit op automatische piloot. Maar wat als je het anders aanpakt? Een datagestuurde benadering, waarbij je precies weet hoeveel en welk type bestrijdingsmiddel je gewas nodig heeft? Foremost, een van de grootste importeurs en producenten van jonge planten in de VS, heeft vastgesteld dat dataregistratie niet alleen de ecologische voetafdruk van een bedrijf kan verkleinen, maar ook de efficiëntie, veiligheid en het uiteindelijke rendement kan verbeteren. Via het MPS-platform houden ze hun verbruik van middelen nauwkeurig bij. De data laat vervolgens zien waar ruimte is voor verbetering.
Foremost is een toonaangevende leverancier van tropische planten, met name bromelia’s en groene planten. Het bedrijf produceert honderden rassen en miljoenen stekken die hun weg vinden naar klanten wereldwijd. Hoewel hun productielocaties in Centraal-Amerika – zoals Vita Farms in Guatemala en Sapo Verde in Costa Rica – vanwege Europese exporteisen al jaren MPS-gecertificeerd zijn, was certificering voor hun binnenlandse activiteiten in de VS geen vanzelfsprekende keuze.
Retailers daar eisen nog geen MPS-certificaat. Toch besloot Chris Rocheleau, directeur bij Phoenix Foliage (een productielocatie van Foremost in Florida), de strategie te wijzigen en de lat voor het bedrijf bewust hoger te leggen. “We zijn de derde locatie binnen het bedrijf die het MPS-platform gebruikt. In Centraal-Amerika is het verplicht, omdat de verkoop richting de EU gaat. Phoenix Foliage had het al eens eerder geprobeerd, maar was ermee gestopt. Ik wilde de standaard verhogen. Dus moesten we een manier vinden om binnen het bedrijf en met MPS samen te werken om deze verandering mogelijk te maken.”
Stoppen met de automatische piloot: de omslag naar biologische bestrijdingsmiddelen
Voorafgaand aan de invoering van dataregistratie via MPS bij Phoenix Foliage, verliep de gewasbescherming daar – net als bij veel grootschalige glastuinbouwbedrijven – vaak nog volgens een vaste kalender. “We hadden protocollen, teelden onze gewassen en spoten als onderdeel van dit proces. Dat was de norm hier, zoals bij de meeste producenten in de VS”, zegt Rocheleau.
Het MPS-dataplatform zorgde voor een reality check. Knelpunten werden opeens zwart op wit zichtbaar, wat direct leidde tot kansen om de bedrijfsvoering te verbeteren. In de kas kwam een grote omslag naar geïntegreerde gewasbescherming (IPM) met de introductie van nuttige insecten, zoals roofmijten. De resultaten waren een eye-opener, zegt Rocheleau.
“Dit traject heeft bij ons veel teweeggebracht. Net als veel andere kwekers die op grote schaal telen, hadden ook wij vaste routines, waarbij we hele gebieden tegelijk behandelden. Nu monitoren we heel nauwkeurig. We weten dat specifieke trips of luizen meestal maar op één specifiek gewas zitten, dus behandelen we nu per afdeling of perceel. Vijf gewassen spuiten we nog geregeld, maar meer dan honderd andere spuiten we helemaal niet meer. Het kostte weken, soms maanden, maar het is gelukt.”
Deze operationele omslag leverde ook direct commercieel voordeel op. Door het gebruik van koper en synthetische middelen aanzienlijk te verminderen, is er geen chemisch residu meer zichtbaar op het blad van jonge planten. “Als je als jonge planten producent het product ziet zonder residu… Ik zie zelf die verandering en ongetwijfeld zullen ook onze klanten, de kwekers, deze positieve ontwikkeling opmerken. De toegenomen verkoop spreekt wat dat betreft boekdelen”, zegt Rocheleau.
Efficiëntieverhoging in een inflatoire markt
Bij Foremost gaan duurzaamheid en slimme bedrijfsprocessen hand in hand. Vooral nu de kosten van middelen zoals meststoffen stijgen, gaat dataregistratie verspilling tegen. Voorheen werden de leidingen bijvoorbeeld geregeld doorgespoeld, wat voor een aanzienlijk verlies van meststoffen zorgde. Dankzij analyse van MPS-data kwam Phoenix Foliage uit op een efficiënter gemiddelde. Het bedrijf wist het aantal gebruikte meststofrecepten met succes terug te brengen van zes naar twee.
Daarnaast zoekt het team naar innovatieve teeltmethodes om ziekten te voorkomen zonder het gebruik van chemische middelen. Hoge relatieve luchtvochtigheid (RV) ’s nachts heeft vaak schimmelproblemen als gevolg, wat voorheen werd voorkomen door preventief te spuiten. Dankzij de inzichten die zijn verkregen uit de via MPS verzamelde gegevens, verandert het team nu deze aanpak: op bepaalde momenten gedurende de nacht wordt de lucht in de kas actief ververst en afgezogen.
Voor 2027 staat het ontwerpen en toepassen van een nieuwe kasinrichting op de planning. Door de gewassen in aparte zones te isoleren, is het mogelijk controles sneller uit te voeren, de logistiek te optimaliseren en gerichter maatregelen toe te passen. Rocheleau ziet dit als een continu verbeterproces: “Bouw af waar het kan en blijf jezelf continu uitdagen. Geen radicale omslag, maar kleine stappen richting stabiliteit. En telkens opnieuw evalueren. We willen steeds beter worden.”
Cultuurverandering en een veilige werkplek
Minder spuiten leidde in eerste instantie tot wat spanning in de kas. Kwekers moesten leren vertrouwen op het werk van nuttige insecten, vooral tijdens de warme zomermaanden waarin de plaagdruk in Florida op zijn hoogst is.
“Er bestond angst dat het niet zou werken. Er is veel over gepraat. De zomer doorkomen zonder te spuiten, is de echte test. Een cultuurverandering. Tot nu toe verloopt alles goed en zien onze controleurs geen groot kwaliteitsverschil.”
De plantkwaliteit is dus nog steeds uitstekend, maar de medewerkers merken wél verschil in hun eigen werkomgeving. Voor Rocheleau is dat menselijke aspect misschien nog wel het meest waardevol aan het hele initiatief:
“Als directeur weet ik dat mensen nu een veiliger product controleren. Daarmee beschermen we niet alleen henzelf, maar ook hun thuisfront; ze werken nu in een veiliger kas. Onze werknemers zijn erg belangrijk; ze verdienen een bescheiden loon en werken hard onder uitdagende omstandigheden. Als mijn kinderen langskomen, wil ik niet telkens de chemicaliën van mijn handen hoeven te wassen. Als manager, als bedrijf en als ouder voelt dit gewoon veel verantwoordelijker.”
Een hogere standaard in de keten
Phoenix Foliage heeft momenteel een MPS-C-certificering. Dat is een logisch vertrekpunt, omdat het afgelopen jaar volledig in het teken stond van cultuurverandering en een bedrijfsmatige omslag. De ambitie is echter om snel op te klimmen.

Buiten de eigen bedrijfsvoering kijkt Foremost naar de mogelijkheden om met verantwoorde productiestandaarden een bredere impact te maken op de Amerikaanse markt. Grote retailpartijen, supermarktketens en landelijke inkopers erkennen en eisen steeds vaker verantwoorde teeltpraktijken. Kwekers die hierin al hebben geïnvesteerd, hebben straks een voorsprong.
“Als MPS de handen ineenslaat met Amerikaanse retail- en supermarktketens om duurzamere productiestandaarden te eisen, onderscheiden wij ons direct van de concurrentie. Dan kunnen we ook toewerken naar eerlijker prijsstelling, want onze producten worden geteeld met meer zorg, ze zijn duurzamer en veiliger voor onze eigen medewerkers, onze klanten en de eindconsument.”
Foremost kiest hiermee voor een pioniersrol en wil ook graag de eigen klanten hierin bijstaan. “We hebben zelf de expertise al. Als onze klanten ook de stap naar MPS willen zetten, kunnen we ze helpen omdat we nu precies weten hoe het moet.”
Het concurrentievoordeel van een schonere plant
Zakelijk gezien heeft de overstap naar dataregistratie met MPS ook strategisch voordeel gecreëerd. Minder chemische middelen geeft Phoenix Foliage een grote strategische voorsprong op reguliere kwekers in de regio. Als gevolg van het subtropische klimaat heeft Florida een hoge invasieve plagendruk. Daardoor is grootschalige chemische bestrijding de norm geworden in de industrie. Dit kan inkopers uit andere staten terughoudend maken om zaken te doen met telers in Florida.
Rocheleau legt uit dat deze kwestie dieper gaat dan een aarzeling om tot aankoop over te gaan: “Als je producten koopt die zwaar bespoten zijn met chemische middelen, krijg je ook de opgebouwde resistentie en tolerantie van plagen die daarbij hoort. Voor klanten is het vervolgens problematisch om die plagen onder controle te krijgen in hun eigen kassen. Omdat wij werken met natuurlijke vijanden, zijn onze producten schoner en bestaat er geen risico op resistentieontwikkeling. Daarmee onderscheiden wij ons van de gemiddelde kweker in Florida.”
Foremost en de teelt van de toekomst
Op de vraag hoe de teelt van de toekomst eruitziet, is het antwoord duidelijk: met data reageert een kweker niet meer achteraf, maar stuurt hij de teelt proactief aan. Teams kunnen dan actief sturen op energie, arbeid en grondstoffen.
“Het belangrijkste is het opstellen van een plan en je doelen helder voor ogen te hebben. Deze data zorgt ervoor dat kwekers niet langer achteraf op uitdagingen reageren, maar alle factoren waarop ze invloed kúnnen hebben actief aansturen, zoals gas- en elektriciteitsverbruik. Als je meet wat je doet, heb je gespreksmateriaal voor je team, kun je veranderingen in gang zetten en ga je vooruit. Je teelt veiliger, efficiënter en met minder kosten. Het is een constante balanceer-act tussen die drie ballen, terwijl je een betere kwaliteit levert aan je klanten.”
Ruim 30 jaar geleden begon mijn avontuur bij MPS na een advertentie in de krant. Na de geboorte van mijn dochter was ik weer op zoek naar werk en kwam ik terecht op de data-entry afdeling. In die tijd werden alle gegevens nog handmatig vanaf papieren formulieren ingevoerd. Sindsdien heb ik de organisatie zien groeien en veranderen, en ben ik meegegroeid.
In 2008 kwam ik via een uitzendbureau bij MPS terecht als secretaresse op het secretariaat. Daarna heb ik verschillende functies vervuld binnen MPS en MPS-ECAS, waaronder serviceteammedewerkster en planner. In 2018 heb ik de organisatie even verlaten, maar in 2023 ben ik teruggekeerd bij MPS-ECAS als backofficemedewerkster. De club is gewoon te leuk en de wereld van de sierteelt is zo innovatief dat het bleef trekken. Kort daarna ben ik bij MPS aan de slag gegaan als Coördinator Nederland.
Tijdens het laatste jaar van mijn studie Milieuwetenschappen kwam ik voor een stage bij MPS terecht. De stage beviel van beide kanten zo goed dat ik daarna kon blijven. Dat voelde als een natuurlijke stap, omdat ik mij hier direct thuis voelde en de ruimte kreeg om mij verder te ontwikkelen.